|
Bagijneweide, hoe staat het met burgerbetrokkenheid?????
Ik las het persbericht en het stuk in de Stentor over de plannen van het college met de Bagijneweide.
De Bagijneweide heeft mijn speciale belangstelling. In mijn eerste notitie over beginspraak was het een voorbeeld van een proces zoals het niet moet. Verkeerde start, geen inbreng van de omwonenden. Een hoog door-de-strot-persen gehalte.
Het proces heeft een nieuwe start gemaakt en werd vanaf dat moment een voorbeeld van hoe het wel moet en dus ook kan. Betrokken bewoners en instellingen hebben er erg veel tijd en energie in gestopt om in gezamenlijkheid een mooi plan te ontwikkelen in de vorm van een nota van uitgangspunten. Er was ook het besef dat niet alles kan (vooral de problematiek van parkeren op maaiveldniveau dan wel ondergronds. En ook de wetenschap dat er een persleiding ligt. Als die verplaatst moet worden kost dat bergen met geld).
Het basisconcept was: woningen met daarnaast kunst- en cultuuractiviteiten. De discussie ging vanaf het begin vooral over het bouwvolume van de woningen. Die waren de kostendrager en dus erg belangrijk.
Wat lees ik nu: het college kiest voor woonzorgappartementen. In het hele voorbereidingstraject niet aan de orde geweest, komt het als een soort Deus ex machina uit de lucht vallen. In het persbericht heet dat dan (sterk eufemistisch): “Met de voorkeur voor de woonzorgvariant beseft het college dat ze op een onderdeel in het programma niet geheel tegemoet komt aan de wens uit de nota van uitgangspunten”.
Allemensen, denk ik dan.
Het lijkt er op dat het hele proces een dure bezigheidstherapie lijkt te zijn. Deze stap, op deze manier, voedt de gedachte dat inbreng van bewoners en andere betrokkenen zoethoudertjes zijn, een schaamlap voor burgerbetrokkenheid en samen maken we de stad.
Het college denkt weg te komen met het begrip hebben voor de kritiek van de bewoners.
Mijn bezwaar zit ‘em niet eens zozeer in de uitgesproken voorkeur van het college. Al past dat niet bij het proces en de onderdelen die werden ingebracht en zo geleid hebben tot de nota van uitgangspunten.
Het zit ‘em vooral in het gegeven dat de bewoners, na er zoveel tijd en energie in gestoken te hebben, domweg vernemen dat het college iets anders wenst.
Waarom college, hebt u uw overwegingen niet eerst voorgelegd aan hen die zich sterk verbonden weten aan dit proces? Dan had u de bewoners serieus genomen.
Denkt u dat dit soort processen, waarvan ik een groot voorstander ben, levensvatbaar zijn als u zo denkt om te kunnen gaan met het resultaat van de inspanningen?
Mijn stelling dat bij “samen maken we de stad” en bij beginspraak burgers in een bestaand systeem worden geperst in plaats van dat er een nieuw systeem wordt gehanteerd waarbij verantwoordelijkheden van iedere partner opnieuw zijn gedefinieerd, is weer bevestigd met deze handelwijze van het college.
En dan ook nog eens aan het begin van een vakantieperiode en een periode dat de Raad niet actief is.
John van Boven
|